De schittering


Ik liep vanaf de parkeerplaats naar de kerk, een mini pelgrimstocht. Mijn pas ging door het oude Den Haag via het bruggetje over de gracht langs de ambachtelijke muziekwinkel waar cello’s aan de muur hingen naast het jazzcafé het Lange Voorhout op. Een favoriete plek in Den Haag. In de lente bloeien er veelvuldig krokussen, herfst biedt plaats na prinsjesdag aan oranje bomen en ’s winters, nu ik er liep, was het opgedoft met kerstverlichting. Er dromden mensen met goede gemoederen om me heen. Zij kwamen van de grote kerstmarkt af. Ik liep zijdelings, langs de 19e eeuwse panden waar de ambassades zaten (de Zweedse had uitgepakt met veel rode kerststerren kaarsjes en rode versiersels) richting het hoge ruimtelijke gebouw. Het klingelen van de klokken paste bij de kerstige sfeer die er op het plein hing. De deur van de kerk stond in een flauwe opening. Ik trad binnen en merkte dat ik zuchtte. Ik had verlangd naar dit gebouw, naar de ruimte die vaak ook ruimte geeft in mijn hoofd. Waar mijn geest zich even te rusten legt. Een plek om te ont-stressen, ont-doen en ont-moeten. Binnen was het donker. Mensen dik gekleed in een kring rondom de zangers en elkaar. Boven ons reikte vanuit het hoge plafond een kolossale kroonluchter naar beneden met aan elke arm een aangestoken kaars. De kroonluchter bewoog lichtjes door de luchtstromen. In het goud weerkaatste de brandende kaarsen van elk van ons wat een prachtige dynamische schittering liet zien. Men zongen liederen met elkaar. Ik sloot mijn ogen en voelde de eenheid in het gezang. Na afloop stonden mensen op om een kaarsje aan te steken. Voorzichtig druppelden enkele vrouwen richting de kaarsentafel en al snel werd de hele tafel verlicht. Het ontroerde me hen te zien. Zij, die net als ik maar elk met andere redenen, hier zittend in een donkere kerk met elkaar omringd door onbekende anderen. Toch zochten we dit op, dit godshuis, om onze tijd en aandacht even te stalleren. Om een moment te vinden om met elkaar in de koude een kaars te verlichten, om mogelijk ook iets van onszelf te verlichten. Wat hebben we veel om een kaars voor aan te steken. Wat hebben we het licht en warmte nodig. Met de schittering in onze ogen retourneerden we naar het centrum en vervolgden elk ons eigen weg.