Mea Culpa* van Moederschap

Een kennis van me overkwam het. Na de geboorte van haar tweede kind tuimelde ze diep in het schuldgevoel der moederschap. Ze heeft nu psychotherapie om hiermee om te gaan. Zij is in geen geval een uitzondering op de regel. Schuldgevoel is een morele wroeging tussen (denken te) weten wat het juiste is en daar ook voor te kiezen. Het is in het leven een constante om de afweging te maken tussen het correcte en het verlangen. Het correcte verlangt vaak van ons het zorgdragen voor de ander met gevolg dat wij inleveren op onze eigen doelen en comfort. Toch geven wij vaak toe aan ons verlangen voor comfort en verliezen onze hogere waarden uit het oog. Wanneer een ander lijdt onder onze keuzes kunnen we hem/haar aanspreken op diens individuele verantwoordelijkheid. Echter zodra de bevruchting heeft plaats gevonden in het lichaam van de vrouw is zij hoofd- en misschien wel mono-verantwoordelijk voor een nieuw leven, een nieuwe ander. Niet langer is zij gevrijwaard om de effecten van haar gedragingen toe te schuiven op de verantwoordelijkheid van iemand anders, noch kan zij haar aandeel marginaliseren. Niet eerder heeft het gedrag van de vrouw zoveel (directe) invloed gehad op de ander, die ander die onderdeel is van haar. De keuzes die zij maakt beïnvloeden min of meer rechtstreeks het resultaat. Niet langer lijdt alleen de ander onder haar gedragingen, maar een ander die deel is van haar. De morele vermogens van de prenatale moeder dragen bij aan de fundatie van een nieuw mensenleven. Slechts meer dan begrijpelijk dat zij met dit geweten doordrenkt wordt van schuldgevoel. De afwegingen die prenatale moeders maken zijn dan ook niet onbeduidend. Een dag gezondigd, ofwel bewust toegegeven aan een handeling die mogelijk schade oplevert aan de ander, is op een volwassen volgroeid leven velen malen uitgevloeid ten opzichte van een lichaam in creatie in de baarmoeder, waarbij elke dag net als in Genesis volop wordt gebruikt voor het aanleggen van cellen, organen en hersenstructuren.  

Van individu naar collectief 

Een vrouw leeft als een (schijnbaar) individu tot het moment van bevruchting waarop ze een collectief wordt. Van een enkel persoon is ze opeens meervoud, een gemeenschap van twee. Niet langer kan ze keuzes rechtvaardigen die nijd of blaam opleverden. Nu er iets in haar leeft, wordt de aanstaande moeder teruggeworpen op de wederkerigheid in het leven. Haar geven wordt een kans voor het kinds geven (en leven). De directe strijd tussen de eigen individuatie en de zorg voor de ander vraagt continue om offers. En zoals het de meeste offers kenmerkt in het leven zijn ze zonder een garantie. De natuur van een offer is onzeker. Er is geen bewijs dat haar offer ook daadwerkelijk zijn vruchten zal afwerpen. Ook de weidsheid van de offers is onbekend. Na hoeveel moreel-juiste keuzes is het goed genoeg? De onthouding van verlangens van de moeder heeft een wetenschappelijke grond maar zeker weten of zien doen we niet. Er is geen mogelijkheid om te toetsen of het al dan niet zondigen daadwerkelijk een verschil had uitgemaakt voor het toekomstige leven. Juist deze onzekerheid, deze twijfel over het ingewilligd worden van het offer is wat iemand kan afhouden van de offering en kan leiden naar de verzoeking. Niet alleen vraagt het ongeboren leven om restricties in de verlangens van de toekomstige moeder, maar ook haar eigen doelen, haar eigen leven wordt ingeperkt. Met haar offers brengt ze iets aan de ander terwijl zijzelf iets van haar individuatie ontneemt of op zijn minst pauzeert. Het leven van de vrouw is teruggeworpen tot de solorol van moederschap, een rol met hoge verantwoordelijkheid en hoge onzekerheid. 

Schuld en vergeving 

We rechtvaardigen ons gedrag door de twijfel/onzekerheid die er omheen heerst. Na het zondigen krijgen we wroeging door ons geweten. In psychologische termen gezegd, maken we in geval van schijnbare onzekerheid over de juistheid van een keuze sneller een egoïstischere keuze die ons verlangen bevredigd dan een voor het collectief. Achteraf, vroeg of laat, voelt de moeder zich schuldig. Schuldig omdat ze een lichaampje wat zo afhankelijk is van haar, deelgenoot heeft gemaakt van haar gebrek aan discipline om de juiste keuze te maken, haar gebrek aan hoop op invloed of haar drang naar individuatie. Deze schuld beklijfd haar. Het stapelt zich dusdanig op dat zodra ze in de ogen van haar baby kijkt het te pijn doet om te beseffen dat zij dingen heeft gedaan of gelaten waarvan ze wist, dacht te weten, dat het kleine mensje zou schaden maar het toch deed. Schuldgevoel wordt ontlokt nu de baby zijn of haar moeder zo liefdevol, zo afhankelijk aankijkt. Zij stopt dan, als het even lukt, deze schuld diep weg en bouwt paleizen op van rechtvaardigende overtuigingen waar ze zich badend in geruststelt. Gedurende het vervolg van de opvoeding legt zij steeds weer nieuwe stenen aan. Zodat snel er een moment komt dat ze niet meer stil kan staan bij haar vergissingen en zichzelf kan vergeven. De moeder wuift haar invloed nog verder weg en legt blaam wederom bij de ander en de omgeving. Zelfs het lot blijft niet gevrijwaard van haar. Deze manier van omgaan met schuldgevoelens is functioneel in de zin dat het haar schuldgevoel verzacht en haar gemoed sust. Echter weerhoudt het haar van de mogelijkheid tot verandering. Via open en eerlijke reflectie op het zelf kan ze haar gedrag inzien. Na het inzien van het gedrag komt de vergeving van onszelf en is ze instaat om haar missers of nalatingen mee te wegen in een volgende situatie. Schuld verdampt en er is ruimte voor hernieuwing. Een nieuwe beproeving van de verlangens en de beteugeling ervan, een nieuwe weging van het morele vermogens. 

*Natuurlijk moet het gezegd worden dat, hoewel de moeder een verantwoordelijkheid draagt naar haar kind, haar gedragingen niet daadwerkelijk schuld dragen. Het gaat in voorgaande tekst om de eigen perceptie van schuld bij (aanstaande) moeders.