Leef lustig

‘Leef lustig!’ stond er geschreven op de etalageramen van een grootwarenhuis. Ik stapte zojuist uit de cantatedienst waar Laetare centraal stond, dus ik was volledig eenstemmig met deze oproep. 

Het deed me denken aan de zin ‘Du warest Meine Lust’ die zojuist gezongen was tijdens de Cantate. En dat deed me denken aan een concert waarbij Yefim Bronfman de toetsen weergaloos besloeg om het derde pianoconcert van Rachmaninoff door de zaal te laten klinken. Bij het spelen lijkt het alsof de vingers verlangen naar het ritme, dat er een noodzaak is van de pianist om de tonen, de klanken te zoeken die zich schuil houden in het instrument. Naarstig vliegen de handen heen en weer, verwoed gevolgd door het hoofd en zelfs het lichaam ijvert mee vol lust, vol verlangen. 

Als luisteraar galmt er een gevoel van genot over me heen als alle trillingen in perfectie mijn gehoor betreden. Ik hunker vol verlangen naar de volgende toon, en de volgende. Dan, plots, word ik uit de extase geworpen terug in mijn aardse zetel. Du warest Meine Lust, roep ik uit, Und bist mir grausam worden!’. De persoon kon mijn exclamatie niet ontgaan en knikte me zachtjes toe ‘Es wird nun dein Ächzen ein Jauchzen dir sein’. Zo liep ik dan tot slot de deuren van het concertgebouw uit, lustig en al.